HomeTV GemistTeletekstTelevisieRadioSportNieuws

Weblog door Paul Verspeek

13 januari 2010

Verslaggever Paul Verspeek is al aan zijn 28e filmfestival toe. Hij schrijft vanaf woensdag 27 januari hier een dagelijkse weblog over het International Film Festival Rotterdam.


Zondag: The End

Niets leuker dan van je hobby je beroep maken. Zelf droom ik nog steeds van een optreden in Feyenoord 1. Al was het maar voor één wedstrijd. Ik mag niet klagen: af en toe krijg ik ook wel eens jaloerse blikken toegeworpen. "Als filmliefhebber bof je  toch maar dat je gratis en voor niks naar het festival kan, doordat je verslaggever bent". Waar en niet waar.

Het kost niets en het is natuurlijk geweldig om te kunnen berichten over onderwerpen waar je veel plezier aan beleeft. Het nuttige wordt met het aangename verenigd. Toch zal ik blij zijn als ik volgend jaar weer gewoon als bezoeker kan rondlopen op het festival. Zonder microfoon.

Als journalist kijk je nooit onbevangen naar een film. Continu stap je uit het witte doek en denkt: deze scène moet ik onthouden, daar kan ik iets over vertellen. Deze oneliner schrijf ik maar even op, want die is leuk om mijn dagelijkse blogje mee te beginnen. Dat is mooie muziek. Kom, ik laat mijn recorder meelopen, dan kan ik dat voor de reportage gebruiken.

Waar u met betraande ogen het moment van uw leven ervaart, zit ik in het schaarse licht op een verfomfaaid papiertje te schrijven: "Hij spuit met zonnebrandcrème een hartje op haar rug. Ontroerend". (Yo Tambien) Waar u helemaal terug bent in de jaren zestig en geniet van The Kinks, denk ik: Is dat de regisseur niet op rij 8? Geloof het wel. Zal ik hem straks interviewen? Wat zal ik hem vragen? Misschien wil hij wel een stukje voor mij zingen...(Do It Again)

Het laatste voorbeeld levert dan weer wel leuke ontmoetingen op, zoals ik in de loop van de jaren tal van filmmakers en acteurs heb geïnterviewd. (Zie foto: Ineke Smits, regisseuse van De Vliegenierster van Kazbek) Maar als je in de zaal zit, kan je ook vragen stellen. Dat is juist één van de charmes van het IFFR.

Als verslaggever ga je ook naar andere films dan als bezoeker. Je moet rekening houden met het grote publiek: welke films zijn populair en zijn na het festival nog in de filmhuizen te zien. Kortom, je kiest een veilige film die rendement oplevert. Waar iets over te vertellen valt.

Toen ik puur als liefhebber ging, zag ik heel andere films. Dan gokte ik veel meer op onbekend werk: een obscure Hongaar, of een doofstomme Chileen. Daar zaten miskleunen bij, maar vaak ook onverwachte toppers. Wie het festival als verslaggever bekijkt, speelt op zeker en ziet veel doorsnee.

Volgend jaar wordt het weer ouderwets. Dan is het festival weer van mij alleen. Met pieken en dalen. Met mijn eigen schema dat niet plotseling in de war wordt gestuurd, omdat ik een actrice moet interviewen. De 40e editie: ik kan niet wachten.



Zaterdag: Allochtonen tellen

Er zijn slechtere manieren om het festival te eindigen: de laatste film die ik zag was Yo, Tambien. Ik scheurde een vijfje in en was niet de enige: hij won de publieksprijs met een gemiddelde van 4,72.

Yo, Tambien gaat over een man met het syndroom van Down, die een universitaire graad haalt en verliefd wordt op een ‘normale' collega. Die liefde is min of meer wederzijds, maar tegelijkertijd onmogelijk. Hij blijft tenslotte anders, want hij is een mongool. Afgestudeerd of niet.

De Spaanse acteur Pablo Pineda is in het werkelijke leven de eerste persoon met het syndroom van Down in Europa die een universiteit met succes heeft doorlopen. Hij ziet zijn handicap niet als een ziekte, maar als een karaktereigenschap. In film zegt hij "we zijn allemaal één". Ontroerend en tragisch tegelijk, want de realiteit is anders.

Vlak voor de vertoning van Yo, Tambien kijk ik de uitverkochte zaal rond van Cinerama 1. Ik doe dat wel vaker: allochtonen tellen. Het mag enige verbazing wekken dat het internationale festival een wit bolwerk blijft. Dit keer is het niet anders: allemaal soortgenoten om mij heen.

Ik zie niet één Turk, niet één Marokkaan, niet één Antilliaan. Een paar Aziaten en een paar twijfelgevallen: vermoedelijk de kant op van India en Indonesië. Waarom komen ze niet? Het heeft niets met opleiding te maken, want juist in het hoger onderwijs bulkt het van de kleurlingen.  Aan de onderwerpkeuze kan het ook niet liggen, want de hele wereld komt voorbij op het witte doek.

Ik kan niet anders dan vaststellen dat we een gesegregeerde samenleving hebben. Blank en gekleurd doen vaak heel verschillende dingen. Is dat jammer? Velen menen van wel. Die vinden bijvoorbeeld dat RTV Rijnmond een afspiegeling van de samenleving moet zijn, dus moeten er veel meer allochtonen werken en op het station afstemmen. Maar als ze nou niet willen?

Als ik zondags in De Kuip zit, zie ik ook geen afspiegeling van de Rotterdamse samenleving. Ik schat dat 95 procent autochtoon is. En dan hebben we het over een volksport, waarin nota bene Marokkanen, Antillianen en Turken heel succesvol zijn. We zijn allemaal één, zegt Pablo Pineda in Yo, Tambien. Hij speelt geweldig in een fantastische film en hij mag dan gestudeerd hebben, maar hij heeft geen gelijk.




Vrijdag: Schuld en Boete

Als ik op straat loop, kijk ik af en toe over mijn schouder. De twee mannen die op de West-Kruiskade bij een portiek staan, vertrouw ik niet. Een zwarte BMW rijdt langszij. De ramen zijn dicht, maar ik hoor een dof, ritmisch gedreun.  Ik geniet van de lichte huivering die door mijn  lichaam trekt.

Het grootste compliment dat je een film kunt geven, is als hij nog doorloopt in je hoofd, als je de zaal al een tijdje hebt verlaten. Un Prophète is zo'n film die "in je systeem blijft". Het Franse gevangenisdrama is al veelvuldig gelauwerd en geldt als belangrijkste kanshebber voor de Oscar voor beste buitenlandse film.

Malik is de hoofdrolspeler, die als schuchter boefje de gevangenis binnenkomt en als een gelouterde crimineel vertrekt. De les van Un Prophète is duidelijk:  het leven achter de tralies maakt geen beter mens van je.  Waar je mee omgaat, raak je door besmet. Wie 24 uur per dag wordt omgeven door schurken, verandert doorgaans niet in een vriendelijke welzijnswerker.

Het is een aardige boodschap in een stad als Rotterdam, die al jarenlang de maat slaat van de repressie. Uit ervaring weet ik dat verdachten in de rechtszaal niet zelden maar net op vrije voeten zijn, of dat zij hun partner in crime hebben ontmoet in de bajes.

Maar gevoelens van onmacht laten zich niet vertalen in nuance, dus brult het volk om strengere straffen. Het voorbeeld Amerika mag niet baten, "deur dicht, sleutel weg". In de politiek (en in de slipstream OM en rechtbank) is het verhogen van de strafmaat een mantra geworden.

In de wetenschap gebeurt precies het tegenovergestelde: het nut van opsluiten wordt meer en meer betwist. Misdaad heeft meer met verwaarlozing en geestelijke problemen te maken, dan met calculerende criminelen. Heropvoeding en psychische behandeling zijn daar de toverwoorden.

Maar het volk komt natuurlijk nier naar het Filmfestival. Zij blijven thuis en verkondigen achter het glas bier "dat je die gasten niet hard genoeg kan aanpakken".  Voor hen en al die politici die niet beter willen weten is maar één remedie: eenzame opsluiting in een bioscoopzaal waar permanent Un Prophète draait.


Donderdag: Villa Kakelbont

Niks passief in de luie stoel zitten, meedoen zullen ze, die festivalbezoekers. Voor niets gaat de zon op, dus van de liefhebbers wordt verwacht dat zij een financiële bijdrage leveren aan het maken van nieuwe films. En als je wat meer schokt, kom je nog op de aftiteling ook.

Cinema Reloaded dus, het project waarbij de festivalganger de kans krijgt om co-producent te worden. Directeur Rutger Wolfson vindt het echt bij Rotterdam passen. "Dit publiek is zo betrokken bij films, dat ze ook willen meebetalen".

Om het overzichtelijk te maken zijn drie projecten in-de-dop geselecteerd. De regisseurs moesten een wervend filmpje maken, om de geldschieters te bewegen in hun hoedje te mikken.  Laten we ze eens langslopen.

Ho Yuhang (Maleisië) heeft slechts zeven seconden nodig. "Dit is het bewijs dat ik besta", zegt hij, als variant op Descartes. Hij wil iets met een douchegordijn, maar wijzer worden we niet. André van Duin zou ik nu blindelings vertrouwen, maar Yuhang?

Pipilotti Rist (Zwitserland) levert een nerveus filmpje af me een close-up van haar oog en een ADHD-kind dat steeds "Rotterdam" brult. Die doen we dus niet, is mijn eerste gevoel en dat wordt al niet beter als we de beschrijving lezen: een wezen wordt groen na het eten van een plant en zijn bed vliegt in brand. Roger Federer, oké. Maar voor de rest moeten de Zwitsers maar achter hun bergjes blijven.

Rest nummer drie: Alexis dos Santos (Argentinië). Als enige geeft hij wat uitleg in zijn filmpje, zij het murmelend onverstaanbaar. Iets met twee mensen in verschillende werelddelen die met elkaar in contact komen. En hij houdt van vleermuizen, geloof ik.

Alexis heeft tot nu toe, niet verwonderlijk, het meeste geld opgehaald: ruim 2600 euro. Ver verwijderd nog van de benodigde 30.000. Conclusie: de filmmakers hebben zich slecht gepresenteerd en het publiek loopt nog niet storm.  Waarmee maar weer eens wordt bewezen wat de gemiddelde bezoeker hier komt doen: op zijn luie reet zitten.



Woensdag: Dance Abou, Dance!

De schrik zit er flink in op de burelen van de festivalorganisatie. Er wordt serieus rekening mee gehouden dat burgemeester Ahmet Aboutaleb in navolging van de Dance Parade volgend jaar ook het Filmfestival Rotterdam wil afschaffen.

"Duizenden mensen die over straat van zaal naar zaal trekken, dat dreigt een onbeheersbare situatie te worden. De openbare orde is hier in het geding", aldus een woordvoerder van het stadhuis, die verder anoniem wil blijven.

Zo waart de geest van Hoek van Holland nu ook over het Schouwburgplein.  Eerder al werd de Rotterdamse rechtbank omgetoverd tot Slot Loevestein met dertig pelotons ME achter de hand, omdat er twee dronken Amsterdammers terechtstonden. "De stad staat op scherp", aldus een Coolsingel-watcher, die eveneens anoniem wenst te blijven.

 

Vanuit de politiek hoeft het Filmfestival niet op steun te rekenen. De PvdA maakt grote bezwaren tegen de vertoning van Win/Win, dat wordt gekenschetst als een "ongepaste lofzang op beursspeculaties in barre financiële tijden".

Leefbaar Rotterdam noemt het "typerend voor de Linkse Kerk"  dat het festival is geopend met een Koreaanse film. "Stalin is hier nooit ver weg", aldus voorman Ronald Sörensen. Dat het een film uit Zuid-Korea betreft noemt de geschiedenisleraar  "een nuance-verschil".

De ChristenUnie/SGP verwerpt de vertoning van Lourdes. "Het festival is nota bene door een paap gezegend in de persoon van oud-bisschop Bär. Calvijn draait zich om in zijn graf". De SP bestempelt het festival  als "elitair, niet voor de gewone man".  De VVD spreekt van "subsidieverspilling" en "links potverteren".

CDA-lijsttrekker Wubbo Tempel zegt zich te verbazen over het hoge gehalte aan films uit islamitische landen. D66 vindt dat de Rotterdammers eerst in een referendum moeten zeggen of ze zo'n festival wel willen. De enige positieve klank komt uit de mond van Anneke Verwijs van Groen Links. "Ik begrijp dat de necrofilie-klassieker Nekromantik weer draait. Dat spreekt mij dan persoonlijk wel weer aan", aldus de bijna 70-jarige fractieleidster.

Festivaldirecteur Rutger Wolfson wil nog niet ingaan op alle geruchten. "Hoek van Holland lijkt mij een ideaal scenario voor een film. Daar wil ik het bij laten".  Boze tongen beweren dat burgemeester Aboutaleb de openingsfilm Paju niet heeft begrepen en dat hij bij het verlaten van de zaal sprak van een "kut-festival".


Foto: Jacco van Giessen "Aboutaleb, Mars Attacks!"


Dinsdag: Eén voor Afrika

Terwijl Rotterdam kreunt onder sneeuw of ijskoude slagregens, tracht het festival in tropische sferen te geraken met trommelaars en houten huisjes. Nog nooit waren er zoveel films te zien uit Afrika, het donkere continent dat een zwart gat lijkt voor de filmindustrie.

Programmeur Gertjan Zuilhof trok afgelopen jaar zijn khaki kleren aan begaf zich in de jungle. Op zoek naar onbekende filmschatten en naar verborgen regisseurs. "Dr. Livingstone, I presume?"

Zijn ontdekkingsreis was niet eenvoudig. "Ik ben gewend door Azië te reizen en dan ben je gewend aan een groot aanbod", vertelt hij. "Alleen al in Japan worden 500 films per jaar gemaakt. Nu kwam ik in Kongo en dan zeiden ze: we hebben één film. Dan valt er niets te kiezen: het is deze of geen".

Zuilhof speelde op zeker: hij nam op zijn reis buitenlandse regisseurs mee, die hun indrukken meteen maar op film moesten vastleggen. Die oogst bestaat in ieder geval uit 13 producties. Eén ervan is tranzania.living.room, van Uli Schueppel. Het uitgangspunt was simpel: vraag de inwoners van Tanzania een woonkamer in Europa te beschrijven.

Natuurlijk, zij nomen veel luxe goederen, als een tv en een video. Maar de nadruk ligt op andere goederen, die meer over Midden-Afrika zeggen, dan over Europa. Een bankstel, een koelkast. Foto's aan de muur "maar dan van jongeren". Glazen ramen "zonder ijzeren spijlen, want ze hebben daar geen dieven".

Iedereen werkt in Europa, denken de Tanzanianen. Het continent van melk en honing. Aandoenlijk en treurig tegelijk. Dat gironummer 555 voor Haïti kunt u natuurlijk ook voor Afrika gebruiken. Zet er dan wel bij "koelkast" of "bankstel". En als het bestemd is voor Kongo: "voor een tweede film, alstublieft".




Maandag: Het Pretpark

Gisteren ben ik vergeten dood te gaan. Een zin uit de film Europa, East. Het is tien uur 's ochtends en ik heb direct al iets om over na te denken. Gisteren ben ik vergeten dood te gaan. Zo'n zin om op te kauwen. Tragisch en nonchalant tegelijk.

Het meisje dat de zin uitspreekt, dwaalt door Boedapest. Ze belandt in een demonstratie van nationalisten. Het communisme is weg en de rechts-extremisten lijken in het vacuüm te stappen. Ze bieden houvast en  een rein verleden. "In de eerste plaats de Hongaren, dan de joden en dan de zigeuners", brult een man door een megafoon.

Het meisje geeft rondleidingen in een oorlogsmuseum. Ze toont de sterren die Europese joden moesten dragen in de concentratiekampen. "Deze ster was voor de Nederlanders en deze voor de Hongaren". Ze wijst op een stukje zeep. "Gemaakt van menselijk vet".

Ze slentert door een pretpark. Veel onkruid tussen de speeltoestellen. Alle attracties mogen wel een verfje gebruiken. Een vader en een zoon zitten in een botsautootje: ze zijn de enigen en hebben niemand om tegenaan te rijden. Het meisje zoekt wat troost bij een jongen die al even doelloos rondloopt met een blaasinstrument dat niet eens van hem blijkt te zijn.

Het is zo'n film, die je niet kan navertellen. Een echte festivalfilm, die daarna misschien nooit meer wordt vertoond in Nederland. "Slechtste film die ik dit jaar gezien heb, vaag, vaag en nog eens vaag, waar ging dit over.." schrijft "ruud" maandagavond op de site van het filmfestival. Bezoekers kunnen tegenwoordig hun eigen webrecensie plaatsen en Ruud komt niet verder dan één ster.

Heerlijk. Niets zo erg als mensen die het met elkaar eens zijn over een film. "Heb je nog een goede film gezien?",  is de vraag die ik de afgelopen dagen het meest gesteld heb gekregen. "Zoek het lekker zelf uit, het is toch allemaal een kwestie van smaak", denk ik dan maar zeg het niet.

Ach ja, "we're all individuals", maar het liefst streven we naar eensgezindheid en gelijkvormigheid. Het biedt houvast. Europa, East eindigt met een begrafenis: Hongaarse zigeuners zijn het slachtoffer geworden van een raciale moord. "Gisteren ben ik vergeten dood te gaan". Ja, we lachen wat af op dit festival. Maar het is pas tien uur in de ochtend. De dag is nog jong.


 

Zondag: De Klassieker

De filmzaal is vandaag verruild voor een ander theater. Een beetje meer mensen, zo'n 50.000, en iets luidruchtiger. Ze houden van rijmpjes. Als de spelers van de tegenpartij het veld betreden, schalt het welbekende Hamas-rijmpje van de tribunes. Iedereen is er klaar voor: de filmklassieker Feyenoord-Ajax.

"After Victory" is één van de thema's op het festival. Een selectie van oorlogsfilms, samengesteld door een Duitse journalist. Zijn ‘eigen' oorlogen vallen erbuiten (Don't mention ze war), de blik gaat onder meer naar Japan, China, de Filippijnen. Een topper is Lebanon. Het jaar 1982: Israël versus Libanon. De geboorte van een onvervalste klassieker in het Midden-Oosten.

In de Kuip gaat op Vak X een opblaaspop van hand tot hand, alsof het een strandbal is. De plastic vrouw zou zo uit Air Doll weggevlogen kunnen zijn. Supporters dragen een spandoek: "Klassieker Vermoord". Dit keer zijn er namelijk geen Ajaxfans aanwezig. Het deert de Amsterdamse spelers niet. Ajax komt met 0-1 voor. "Joden gaan eraan", roepen mensen op de tribunes.

 



De Israelische soldaat zit voor het eerst in een tank. Door het oog van de zoeker bekijkt hij het landschap, dat bestaat uit zonnebloemen die hun kopjes hebben laten hangen. Alsof zij zich willen overgeven aan de Israëlische overmacht. Lebanon speelt zich de volle 90 minuten af in de beslotenheid van de tank. De oorlog als claustrofobische ervaring, zoals we dat ook kennen van Das Boot en Der Untergang.

Feyenoord komt in De Kuip op gelijke hoogte, door een mislukte pas de deux tussen keeper en verdediger. Het spel golft op en neer, de bezoekers gaan regelmatig staan en schreeuwen. De gebeten hond is de linksbuiten van Ajax, die vlak voor tijd een strafschop probeert te versieren. Luis Suarez, topacteur.

De soldaat tracht een uurtje te slapen. Al die tijd dezelfde kleren aan. Het gezicht is goor. Zijn voeten staan permanent in het nat: een mengsel van olie en water op de bodem van de tank. Voor het plassen is een speciaal metalen doosje ontworpen. Als een bom in de buurt ontploft, wordt het voedsel door de druk over de wand van de tank verspreid.

Feyenoord-Ajax eindigt in 1-1. De uitslag van Israël-Libanon laat nog wat langer op zich wachten.


Zaterdag: Almere Buiten

Schuin voor mij in de zaal zit een jonge vrouw met een laptop op haar schoot. Haar screensaver is het lachende en blozende gezicht van een baby. Drie rijen achter haar gaat een man staan en wijst op de foto. "Wie is dat?", roept hij. De vrouw kijkt om. "Mijn dochter". "Goed, hartstikke goed!". Hij gaat weer zitten.

Een korte dialoog tussen twee mensen die elkaar niet kennen. Waarom zijn al die festivalgangers toch zo godvergeten aardig? Waarom tref je dit soort publiek nou niet het hele jaar door aan in de bioscoop en ver daar buiten? Waarom heb ik bij al deze mensen het gevoel dat je er de oorlog niet mee wint, omdat je er nooit een oorlog mee zult beginnen?

Het moet iets te maken hebben met cultuur. Het publiek dat gemiddeld het zondagochtendconcert in De Doelen bezoekt, verwacht ik ook niet op een ander moment laveloos en stijf van de pillen mattend in de duinen. Het moet iets te maken hebben met beschaving, met de wereld in al zijn nuances bekijken. Hoe kan het anders dat het nooit een troep is na een voorstelling op dit festival en dat bezoekers elkaar eens niet verdringen bij het verlaten van de zaal?


Bezuinigen op cultuur is een bekende hobby van politici. De PVV is met zijn verkiezingscampagne gestart voor Den Haag en Almere. Lijsttrekker Raymond de Roon weet wel hoe hij van Almere "de veiligste stad van Nederland" moet maken: meer politie en straatcommando's. En die betalen we door tal van subsidies aan culturele instellingen af te schaffen. "Allemaal dat soort onzin", zoals De Roon het noemt.

Het wil het asielzoekerscentrum sluiten en een inkomenstoets voor nieuwe bewoners. Hij zegt het niet met zoveel woorden, maar hij bedoelt natuurlijk: Almere moet een witte enclave worden. Liefst met een muur er omheen.

Net zoiets als in de Griekse film Dogtooth, waarbij een vader zijn drie kinderen nooit verder laat komen dan de schutting rond hun tuin. Want de wereld daar achter is boosaardig en vol gevaren. De kijker weet dat het veilige isolement geen oplossing is. Dogtooth geeft een nieuwe invulling aan het begrip "verknipt", waarbij een barbiepop en een kat het moeten ontgelden. Zo'n film die je een spiegel voorhoudt. En ja, dat is natuurlijk wel het laatste dat de PVV wil.

  


Vrijdag: Lutgel in Lotteldam

Het heerlijke van clichés is dat ze allemaal waar zijn. Japanners vervangen de “r” door de “l” bijvoorbeeld. Nu had ik nog nooit een Japanner gesproken, maar dat verandert als ik de artdirector Yohei Taneda tegen het lijf loop. Op de Kruiskade. Hij schudt mij de hand en zegt dat hij op zoek is naar “Lutgel”. Het dringt pas een paar seconden later tot mij door dat hij “Rutger” Wolfson bedoeld, de festivaldirecteur.

Taneda is in de stad omdat hij het paviljoentje vlak voor het Hiltonhotel heeft opgeschilderd. Rood-wit-blauw. Oh, is dat de Nederlandse vlag? Dat wist hij niet eens. Hij wilde gewoon wat kleur brengen in een stad die overheersend grijstinten kent. “Ik was tien jaar geleden al in Lotteldam. Bij het NAI”.

“Taneda’s Cube” staat op de gevel. Binnen overheerst de kleur blauw. Smalle gangetjes leiden via trappen naar een kelder, alwaar een klein bioscoopje is ingericht. Een doorlopende voorstelling van films waaraan Yohei Taneda heeft meegewerkt als artdirector. Zo ontwierp hij de set voor Kill Bill van Quentin Tarentino.


Nog zo’n cliché: Japanners zijn onderdanig vriendelijk. Taneda buigt als een knipmes, evenals de tolk die hij heeft ingeschakeld. Aan niets valt te merken dat we hier best tegenover een grote meneer staan, die zijn sporen wereldwijd heeft verdiend in de filmindustrie.

Air Doll is zijn laatste film, die dezer dagen in Rotterdam draait. Over een opblaaspop die tot leven komt. Veel Japanners zijn eenzaam, legt de tolk uit. Ze komen de deur haast niet uit en doden de tijd met spelletjes, tv kijken, en ja…een sekspop. Als ik Taneda vraag of hij de pop in Air Doll zelf heeft gemaakt, begint hij hikkend te lachen. Nee, daar is een “dollmaker” voor ingeschakeld.

Taneda’s Cube is niet zo heel bijzonder: je loopt er even in en gaat dan weer naar buiten. Het gevoel dat je hier op een filmset loopt, zoals de festivalorganisatie wil doen geloven, heb ik niet. Maar de aanwezigheid van Taneda maakt het toch tot een attractie. De vraag brandt op de lippen: “Do you have elections evely day in Japan?” Nee, daar is Yohei te aardig voor. Praten over de opblaaspop ging hem al moeilijk af. We mogen hem niet het idee geven dat Nederlanders een schunnig volkje zijn.

 


Donderdag: Het Grote Gemis

Het vroor dat het kraakte, maar zelfs -10 kon hen niet deren. Een lang lint slingerde traditiegetrouw van de ingang van De Doelen over het Kruisplein. Een legertje filmfanaten, gewapend met thermische onderbroeken, zelfgebreide mutsen en dampende koffie.

De start van de kaartverkoop, bij de kassa's en op internet, is de jaarlijkse apotheose van dagenlang koortsachtig puzzelen. Zoveel mogelijk films in tien dagen proppen en net genoeg tijd over houden om tussendoor nog wat te eten.

Het is de harde kern van filmminnend Nederland. Vandaag stromen zij de filmzalen weer binnen. Allemaal. Op één na: Kees, de buurjongen.

We woonden vele jaren naast elkaar, totdat hij trouwde en buiten Rotterdam ging wonen. Maar elk jaar keerde hij terug, om het filmfestival bij te wonen. Ik kwam hem altijd wel een paar keer tegen. In de verte zag ik de onmiskenbare grijns op het gezicht. De grijns van het genieten.

Ook twee jaar geleden, hoewel Kees toen al behoorlijk ziek was. Ook al was hij magerder geworden, glunderende ogen overheersten nog steeds zijn gezicht. Vorig jaar ging het eigenlijk niet meer.  Het lichaam was verzwakt, maar de geest wilde nog. In een rolstoel, voortgestuwd door zijn vrouw, slaagde hij er toch nog in de nodige films te zien.

Zijn aanwezigheid werd toevallig vereeuwigd. Op de festivalsite staat een filmpje, waarin hij een recensie gaf van Troubled Water.

Hij bleef, totdat het echt niet meer ging. Na enkele dagen festival moest Kees afhaken. Zijn lichaam was op. De laatste energie die hij nog had, besteedde hij thuis, aan zijn gezin.

Maar na een paar dagen ging het toch weer knagen. De gedachte er volgend jaar zeker niet meer bij te zijn, was misschien ondraaglijk. Kon hij dan toch niet....? Het zou de laatste grote missie uit zijn leven worden. Letterlijk doodziek, maar net nog genoeg kracht om de reis naar Rotterdam aan te vangen.

Gezeten in een rolstoel reed hij nog één keer over de bioscooppaden die hij zo vaak had betreden. Honderden films moeten het zijn geweest. Een schatkamer, die hij mee zou nemen in het graf. Op die zaterdag, de laatste festivaldag van 2009, zag hij nog twee films. Ik was er niet bij, maar het zou mij niets verbazen als hij ze met een grote grijns op het gezicht heeft gezien.

Diezelfde nacht is hij ingestort. Plannen om hem uit zijn lijden te verlossen, hoefden niet ten uitvoer te worden gebracht. Twee dagen na zijn allerlaatste film is hij uit zichzelf gestorven. Moe maar voldaan.

Tijdens de begrafenis waren filmstroken over de kist gedrapeerd, als rouwlinten. Niet, omdat een Groot Acteur was overleden, maar wel een Groot Filmliefhebber.

  

  

Woensdag: IKEA nieuwe hoofdsponsor

Op het Schouwburgplein staan enkele schamele triplex huisjes. IKEA als nieuwe hoofdsponsor van het Filmfestival Rotterdam? Het zou misschien niet zo'n gek idee zijn. De Zweedse filmindustrie behoort tot de interessantste van Europa. Bovendien kunnen ze in Rotterdam wel wat geld gebruiken, nu Robeco en KPN zijn afgehaakt.

De financiële crisis, 't is wat u zegt. Directeur Rutger Wolfson zou zo graag de film uit de benauwde zaaltjes willen halen, zodat de hele stad kan meefeesten. Vorig jaar zagen we grote projecties op drie wolkenkrabbers. Dit keer is het een handjevol verveloze tuinhuisjes.

 

Terug naar de basis: we kunnen het weer alleen over film hebben dit jaar. Heerlijk oeverloos discussiëren over de openingsfilm Paju uit Zuid-Korea. "Was dat nou zijn vriendin in die beginscène, of was dat haar zus?". "Ik weet het niet. Al die Koreaanse meisjes lijken op elkaar". "Ja, en hij leek maar niet ouder te worden".

Paju gaat het misschien wel redden in de filmhuizen, maar het is geen gemakkelijke film en dat betekent automatisch een financieel risico. Exploitanten spelen op safe: dan ook maar een kopie van Avatar in de roulatie. Die Zimbabwaanse road-movie over dat stamhoofd dat op zoek gaat naar de ideale zandkorrel laten we nog even liggen.

Het bioscoopbezoek stijgt al jaren, maar het is crisis in de filmhuizen.  Dus verzamelen filmhuisbaasjes aller landen zich in Rotterdam om met sombere gezichten de toestand in de wereld te bespreken.

Voor het festival is het tegelijkertijd een gunstige ontwikkeling: het is niet langer het voorprogramma van de filmhuizen. Meer dan ooit kan je als bezoeker het idee hebben dat je getuige bent van een uniek moment: een film die nooit meer te zien zal zijn. Leve de crisis.

 

 

 




Bericht doorsturen

Email ontvanger:
Naam afzender:
Email afzender:
 

Meerdere ontvangers? Gebruik ; tussen adressen.
Alle adresvelden zijn verplicht.

Persoonlijke bericht:


Meer:
Algemeen

Reacties
Naam:
Plaats:
E-mail:
Reactie:
U kunt nog 1800 tekens gebruiken (Max. 1800 tekens)
Controle code: